North Coast 500, The stacks of Duncansby – Dunnet Head

Toen we deze voormiddag de rolgordijnen van de camper opendeden wisten we het al, we zouden de The stacks of Duncansby niet te zien krijgen. Het was nog net zo mistig als gisteren en het zag er niet naar uit dat die snel zou verdwijnen. Na het ontbijt – en dat is deze tijdens deze reis nog nooit vroeger dan 9 uur geweest – zetten we onze trip verder naar John o’ Groats. Een dorp met slechts enkele huizen, een kleine haven, enkele eettentjes, een souvenirwinkel en de bekende wegwijzer. Elke toerist die hier toekomt neemt er een foto van. Spijtig dat die heel vol stickers geplakt is. Je kan met moeite nog lezen wat erop staat.

Van hieruit ging het naar het meest noordelijk gelegen punt van het vasteland: Dunnet Head. En wat zagen we toen we hier aankwamen? Juist, niets! Ook hier een dikke mistlaag. Het was te vroeg op de dag om hier halt te houden en dus ging de reis verder over de North Coast 500. Toen we Bettyhill Beach passeerden was de mist volledig opgetrokken en daar maakten we onmiddellijk gebruik van om te gaan wandelen. We vonden hier ook nog enkele caches.

We staan nu, voor de tweede keer deze vakantie, op een camping. De laatste keer was dat in Edinburgh en nu in Tongue.

North Coast 500, Noss Head – Duncansby Head

Het was al een stuk in de namiddag toen we vertrokken bij Noss Head en daar was een goede reden voor. Zonder het te beseffen stonden we niet alleen kort bij een vuurtoren maar ook op wandelafstand van Castle Sinclair Girnigoe. Een ruïne zoals ik ze me eerder had voorgesteld in Loch Ness: geen massatoerisme, geen toegangsgeld, geen souvenirwinkel, geen parkings vol met bussen.

De ruïne, de natuur, de zee, prachtige rotsformaties, vogels die we nog nooit eerder zagen, blauwe kwallen! en zelfs een zeehond waren een streling voor het oog. Gelukkig was de mist grotendeels opgetrokken en konden we genieten van de omgeving. We hadden vijf TB’s (geocaching items) uit België meegenomen. De laatste hebben we hier achtergelaten.

Voldaan vertrokken we naar onze volgende bestemming die wel gepland was: The stacks of Duncansby in de buurt van John o’ Groats. De GPS gaf 36 kilometer aan. De bedoeling was hierna verder te trekken. Vanop de parking van Duncansby Head was het een korte wandeling van ¾ mile of 1200 meter, maar de mist kwam weer opzetten. Ja, het weer kan hier snel veranderen. Voor we onze bestemming konden bereiken werd ons zicht beperkt tot enkele tientallen meter. Resultaat: niets, maar dan ook niets, te zien van The Stacks. Onderweg konden we wel nog in een kloof broedende vogels spotten.

En dan kwam de vraag of we zouden wachten tot de mist zou optrekken. We hebben het tot morgenmiddag gegeven. We slapen dus hier tussen de schapen.

Noss Head

 

Duncansby Head

North Coast 500, Dunrobin Castle

De dag begon mistig. De brug bij Dornoch Firth was nauwelijks te zien. Verder kijken was helemaal onmogelijk. Toen we bij Dunrobin Castle aankwamen was het zo goed als volledig opgeklaard. Het was niet de bedoeling om dit kasteel te bezoeken, maar omdat het toen zonnig was hebben we toch maar beslist om te gaan kijken en we hebben er geen spijt van gehad. Dit is het mooiste kasteel dat we tot noch toe bezochten. De inkom was 12£ per persoon, daarvoor kregen we ook nog de laatste valkeniersvoorstelling van de dag te zien. Zie filmpje.

We zette onze weg verder en hielden nog verschillende keren halt, maar foto’s nemen werd moeilijk door de opnieuw opkomende mist. Toen we rond een uur of 6 Wick passeerden beslisten we om stilaan een stopplaats te zoeken. We keken op de kaart en zagen op 8 km Noss Head liggen, een afgelegen plaats met een vuurtoren. Via een heel smal weggetje en door de mist reden we er naartoe. Toen we daar aankwamen bleek dat we niet alleen op dit idee gekomen waren. Er stonden hier nog 5 campers!

Ann toverde deze avond in no time een heerlijke maaltijd op tafel. Merci Anneke.

 

Inverness

Ik heb het nog niet veel over geocaching gehad. We loggen af en toe wel een cache als we er eentje voorbijkomen maar we gaan er niet specifiek naar op zoek. Tot en met gisteren vonden we er 11 over 10 dagen. Vandaag hebben we ons Schots dagrecord gebroken en vonden we 9 caches.

Inverness wordt aanzien als de hoofdstad van de Highlands. Het heeft ook een kasteel en het is bekend voor zijn kiltmakers. We wilden The Scottish Kiltmaker Visitor Centre gaan bezoeken maar omdat het zondag was en de meeste mensen, net zoals bij ons, verlof hebben konden we ze niet aan het werk zien. De bijbehorende winkel was natuurlijk wel open. Geen kilt gekocht maar wel een T-shirt. Later op de dag vond ik er nog eentje. De dag begon grijs. Toen we net buiten de stad naar de sluizen van het Caledonian Canal wilden gaan kijken gingen die andere sluizen open en viel de regen met bakken uit de hemel. We schuilden eerst onder de bomen en later in een gezellige pub. Een paar uur later kwam de zon tevoorschijn en konden we onze wandeling in en rond de stad verderzetten.

We hebben weer heel wat kilometertjes in de benen vandaag. We overnachten opnieuw in Inverness maar nu op een andere plaats. Op de vorige plek mocht je eigenlijk maar 3 uur parkeren. Hier mag je 24 uur staan voor 5£.

Morgen beginnen we aan de North Coast 500 route. Dit zou een van de hoogtepunten van onze reis door Schotland moeten worden. We rijden de volledige route. Op het einde gaan we niet terug naar Inverness maar rijden we verder door tot Skye. Hoelang we erover doen is niet exact te voorspellen maar we denken ongeveer een dag of 7. We zullen het zien.

Fort George & Loch Ness

Het heeft deze nacht en deze morgen goed geregend. Voor de rest van de dag is het droog gebleven en kwam de zon er af en toe door.

Deze voormiddag bezochten we Fort George gelegen aan Moray Firth (baai). Dit fort uit 1769 is nu voor een groot deel ingericht als museum maar het wordt ook nog deels gebruikt door het leger. Voor 10 £ krijg je een audio rondleiding met veel uitleg over de geschiedenis van het fort en zijn bewoners. Wat ook speciaal is aan Moray Firth is dat er hier in de zomer dolfijnen te zien zijn. Wij hebben er spijtig genoeg geen enkel gezien.

Namiddag ging het naar Loch Ness. Het meer op zich is eigenlijk niets speciaal en enkel bekend door de legende van het monster van Loch Ness. We maakten een kleine omweg naar Urquhart Castle dat aan het meer gelegen is, met de bedoeling om daar even rond te kijken en eventueel te overnachten in de buurt. Wat we niet wisten is dat ook deze plek volledig toeristisch uitgebuit wordt met toegangsgeld, souvenirwinkel en alles wat er bij hoort. Toch blijft het een mooi plek en zeker het bezoeken waard, maar we hadden het ons anders voorgesteld. Net zoals de dolfijnen in Fort George was ook Nessie hier nergens te bespeuren.

We overnachten hier in Inverness.